Zweefalgen

Zweefalg is een veelvoorkomend vijver-probleem, het water wordt groen of bruin en troebel. In de volksmond wordt het ook wel 'erwtensoep' genoemd.


Velen beginners hebben er mee temaken gehad. Maar wat zijn zweefalgen nu precies? Het gaat om een eencellige primitieve plant, die ervoor zorg met als zijn broers en zusjes dat we in de vijver een complete algen soep aantreffen... Ze kunnen zich snel delen waardoor er tientallen miljoenen zweefalgen per liter water kunnen voorkomen. Op die manier kleuren ze het water groen. Tevens beschikken deze algen wel over celorganellen als mitochondriën, plastiden en vacuolen. Daarnaast is elke cel licht elektrisch geladen, waardoor er een soort omgekeerd magnetisch veld ontstaat waardoor de algen elkaar afstoten, met gevolg dat ze in het water "zweven" ipv dat ze naar de bodem zinken. Wat ook interessant is om te weten is dat je meerdere soorten zweefalgen heb, namelijk:

- Volvox
- Chlorella
- Chrysonephele
- Scenedesmus
- Chlamydomonas

Beschrijving van deze soorten:

Volvox


Elk individueel volvox heeft ook kleine rode oogvlekken. De kolonies hebben zelfs wat wij een voorkant en achterkant zouden noemen, of - aangezien Volvox lijkt op een kleine planeet - een noord- en zuidpool. In het noordelijke gebied zijn de oogvlekken meer ontwikkeld. Dit helpt de kolonie om naar het licht te zwemmen. Deze differentiatie van cellen maakt Volvox vrij uniek (soms zelfs bestaand uit 500 aparte cellen). Het is een kolonie die werkelijk het meercellig organisme benadert.

Chlamydomonas

Het groene alg is een wier. Het heeft twee flagella of zweephaartjes. De individuele algen worden verbonden met elkaar door dunne bundels van cytoplasma die de kolonie toelaten om op een gecoördineerde manier te zwemmen. Hoewel we hem eigenlijk hier niet tussen kunnen plaatsen, gezien zowel eigenschappen van planten als van bacteriën.

Chlorella

Chlorella is een ééncellige alg, die anno 1890 door de Nederlandse wetenschapper Beijerinck ontdekt werd. Verder onderzoek vond in de 20e eeuw plaats in Duitsland, in de USA en in Japan. De naam „chlorella“ is een samenstelling van „chloros“ (= groen) en „ella“ (= klein). De chlorella is bolvormig en heeft een doorsnede van 2 – 10 µm (micrometer). Deze alg groeit in helder en zoet water. Deze naam komen we tegen op voedingssuplementen, maar ook op de verpakkingen van koivoer. Chlorella is zeer rijk aan proteïne (50 - 60 %) en het is de sterkste in de natuur voorkomende bron van bladgroen (chlorofyl). Chlorella bevat verder vezels, vitamines en mineralen in een natuurlijk gezonde en zinvolle combinatie. Echter wordt er in Japan grof geld betaald om koi in vijvers te laten zwemmen met deze algen.

Chrysonephele

foto: www.rbgsyd.nsw.gov.au

Deze is te herkennen aan een gelei-achtige massa. De bolletjes (geel-groen doorschijnend) zijn erg kleverig. Ook lijk het veel op kikkerdril echter Binnenin is er niks te vinden (geen zwart stipje).

Scenedesmus

Eén van de meest wijdverbreide soorten, worden veelal aangetroffen als platte kolonies bestaande uit 2-, 4-, 8- of 16 lineair gerangschikte cellen. Daarnaast zijn ook alle soorten in staat om ééncellig te groeien. Deze morfologische variabiliteit wordt aangeduid met de term fenotypische plasticiteit. Scenedesmus reageert morfologisch op talrijke milieufactoren, waarvan de reactie op excreta van zoöplankton bijzonder interessant is, omdat het hier om een geïnduceerde afweer gaat. In het kort komt het erop neer dat ééncellige Scenedesmus in aanwezigheid van zoöplankton uitscheidingsproducten snel 8-cellige kolonies vormt, die beduidend minder goed gegeten worden door bv de watervlo.


Kolonievorming is niet het resultaat van samenklontering van bestaande cellen, maar van een reproductief proces. Scenedesmus dient dus te groeien en te delen alvorens kolonies worden gevormd. Scenedesmus reproduceert aseksueel door het vormen van auto-sporen: Binnen de moedercelwand deelt de moedercel in een aantal dochtercellen die vervolgens of als eencellige of als kolonie de moedercel verlaten. Het aantal celdelingen is afhankelijk van de hoeveelheid protoplasma die gedurende de celcyclus verworven is. Aangezien licht de enige energiebron is voor planktonische primaire producenten zoals Scenedesmus, is de verwachting dat de hoeveelheid licht mede bepalend is voor de grootte der kolonies. De hypothese is dat Scenedesmus, wanneer blootgesteld aan zoöplankton-exudaten, in een hogere lichtintensiteit sneller en grotere kolonies maakt dan in weinig licht. Voordelen voor Scenedesmus om ééncellig te groeien zijn een voordelige oppervlakte-volume ratio en beduidend lagere sedimentatiesnelheden dan kolonies. Sedimentatie van kolonies kan erin resulteren dat ze in het hypolimnion of op het sediment geraken in veelal donkere omstandigheden. Weinig licht en een lage temperatuur hinderen groei en dus de mogelijkheid eencellige te produceren. Desalniettemin kunnen eenmaal gevormde kolonies wanneer ze langere tijd in het donker verblijven uiteenvallen in enkele cellen waardoor de kans op resuspensie aanzienlijk toeneemt. Tot nu toe zijn vrijwel alle experimenten uitgevoerd met Scenedesmus die gekweekt werd in continu licht. Wanneer deze kolonies in het donker werden gebracht, vielen ze in een paar uur reeds uiteen. In het veld worden daarentegen wel kolonies waargenomen, wat op basis van de labexperimenten niet zou kunnen. Echter veldpopulaties groeien in een licht-donker (dag/nacht) ritme waardoor de populaties gesynchroniseerd zijn: vrijwel alle cellen gaan gelijktijdig door dezelfde levensfase en delen in de tweede helft van de donkerperiode. De verwachting is dat gesynchroniseerde Scenedesmus populaties, wanneer blootgesteld aan Daphnia-exudaten, kolonies zal vormen in de tweede helft van de donkerperiode en dat deze kolonies zeker enige tijd in het donker blijven bestaan. Eerste analyses duiden ook al hierop, maar gedegen experimenteel onderzoek naar het effect van licht (intensiteit), licht-donker ritmes en de duur van de donkerperiode op de productie en het uiteenvallen van geïnduceerde kolonies is essentieel om het inzicht in de ecologie van het fenomeen te vergroten.

Bestrijding

Indien de zweefalgen nog geen kolonies hebben gevormd, zijn watervlooien bruikbaar omdat die de algen eten. Echter een kolonie algen is voor watervlo de te groot om opgegeten te worden. Echter zijn er wel diverse middelen op de markt, maar daar moeten we toch mee oppassen zeker als het om chemische middelen gaan. Echter kunnen we wel gebruik maken van een UV-lamp of Ozon, alleen zorg er wel voor dat deze berekend is op de inhoud van de vijver. Willen we dit op de natuurlijke manier bestrijden? Dan is het zeer zeker aan te raden om gebruik te maken van mosselen, daarnaast is het ook belangrijk dat we het water in de vijver regelmatig verversen.


© 2008 Koidream® (Disclaimer)