rH-waarde (Redoxpotentiaal)

rH-waarde of redoxpotentiaal. Dit is de verhouding tussen reducerende (red-) en oxiderende stoffen (-ox). De reducerende stoffen zijn o.a. afvalstoffen, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffen van vissen. De oxiderende stoffen zijn stoffen zoals bijvoorbeeld zuurstof en ozon die op hun beurt afvalstoffen verwerken (verbranden). In een goed functionerend filter zijn voldoende oxiderende stoffen aanwezig om tot een goede afbraak van de afvalstoffen te kunnen komen b.v. dmv zuurstof. De afbraakprocessen verlagen echter ook de pH-waarde. Door rH metingen kan men een inzicht krijgen in het afbraakproces. Diverse meststoffen die door planten worden opgenomen b.v. half- en sporenelementen werken ook reducerend op het vijvermilieu. Deze worden bij te grote hoeveelheden oxiderende stoffen verbrand. Het is dus zaak een goede balans te krijgen tussen oxiderende en reducerende stoffen. De mV-metingen welke met diverse elektronische meters worden gedaan zeggen iets over de verhouding tussen oxiderende en reducerende stoffen. Echter de pH-waarde zelf vormt ook een onderdeel van deze verhouding. Wil men deze rekenkundig mee verwerken dan rekent men de mV-waarde om in het RH-getal. Hierin zit de pH-waarde dan verrekend. Voor de exacte berekening kan men de bijgeleverde handleiding van het meetapparaat raadplegen. De omrekening is namelijk per apparaat verschillend en hangt in grote mate af van de bijgeleverde elektrode en de daarmee samenhangende celconstante van de elektrode. Maar men kan de invloed van de pH-waarde door een berekening uitsluiten. De uitkomst van de berekening is dan de rH-waarde. In optimaal functionerende vijvers ligt de rH-waarde in het water tussen 28 en 31 rH. In de bodem komen rH-waarden tussen 10 en 29 rH voor.

rH=mV/29 + 2xpH +6.76 (Berekening geldt alleen voor Bischof-meetaparatuur)

Met een pH-meter wordt de millivoltwaarde opgemeten en daarna de rH-waarde volgens boven getoonde formule berekent.