Eutrofiëring

Eutrofiëring van water is de stijging van het gehalte aan stoffen, die voedsel zijn voor planten. Dit zijn minerale voedingsstoffen als fosfaten en nitraten, die echter vaak afkomstig zijn van materiaal van organische oorsprong (huishoudelijk afvalwater, gier e.d.). Elke stijging van het gehalte aan dergelijke plantenvoedingsstoffen in een water is dus eutrofiëring. Meestal wordt het begrip eutrofiëring echter gebruikt voor situaties, waarbij het gehalte aan voedingsstoffen zo sterk is gestegen, dat daardoor ingrijpende veranderingen in de planten- en dierenwereld gaan optreden. We spreken ook wel van de vermesting van het water.

Wat gebeurt er door eutrofiëring

Bekend is dat de hogere concentraties van eutrofiërende stoffen, zoals fosfaten en nitraten, een stimulerende werking hebben op de groei van algen. Bekijken we dit proces echter wat nader, dan blijkt dat er door eutrofiëring niet alleen grotere aantallen algen komen, maar ook andere soorten, waaronder vaak blauwalgen. De alg-soorten die vanouds in een bepaald water aanwezig waren, kunnen zodoende verdrongen worden door soorten die daar vóór de eutrofiëring slechts beperkt voorkwamen. Kennelijk waren de omstandigheden voor deze algsoorten toen minder gunstig. Door het hogere gehalte aan voedingsstoffen krijgen deze algen echter meer kans. De eerste gevolgen van eutrofiëring zijn dus vooral als veranderingen in de plantenwereld merkbaar. Wanneer zich de eerste gevolgen van eutrofiëring eenmaal hebben voorgedaan kan er bij een voortgaande toevoer van voedingsstoffen een sneeuwbaleffect optreden. De gevolgen hiervan kunnen zeer ingrijpend zijn. Elk organisme in een levensgemeenschap maakt op de één of andere manier deel uit van een voedselweb. Daarbij is er spraken van een zeker evenwicht tussen producenten (o.a. plantaardig plankton), consumenten (dierlijk plankton en andere dieren) en afvalopruimers (o.a. bacteriën).Zo is het mogelijk dat de (nieuwe) alg-soorten die door eutrofiëring in een water gaan groeien, niet of weinig door dierlijk plankton worden gegeten. Ook zijn er gevallen bekend van algsoorten die een stof produceren, waardoor dierlijk plankton en zelfs vissen, eenden en honden worden vergiftigd. Het gevolg is dan een explosieve ontwikkeling van bepaalde alg-soorten. Ook al is de oorzaak van zo'n opeenhoping van algen veelal niet bekend, de gevolgen ervan kennen we vooral de laatste twintig jaar vaak maar al te goed.

We zullen er enkele noemen

1. sterke troebeling van het water
Door de sterk toegenomen algenontwikkeling wordt het water steeds troebeler. Hierdoor krijgen de ondergedoken waterplanten, die licht nodig hebben om te groeien, het steeds moeilijker, zodat ze tenslotte verdwijnen. In plaats van een helder water met plantenrijke zones krijgen we dan uiteindelijk een groen en troebel water met hier en daar nog wat spaarzaam overgebleven plantengroei.

2. plotseling zuurstofgebrek
De algen sterven aan het eind van de zomer massaal af, waarna een omvangrijk rottingsproces begint. Hierbij wordt vrijwel alle zuurstof uit het water verbruikt, waardoor aanzienlijke vissterfte kan optreden.

3. verminderde stabiliteit
In de ecologie wordt vrij algemeen het idee geaccepteerd dat levensgemeenschappen, waarin een groot aantal soorten planten en dieren voorkomen, een hoge mate van stabiliteit bezitten.
Met stabiliteit wordt dan bedoelt de weerstand van zo'n levensgemeenschap tegen gebeurtenissen die het functioneren ervan verstoren. Eutrofiëring leidt veelal tot verstoring van de relaties in een levensgemeenschap, waardoor bepaalde planten of dieren "buiten spel" kunnen komen te staan en daardoor verdwijnen. Dit geldt ook voor vissen. Zo is de eutrofiëring in vele wateren door het verdwijnen van waterplanten oorzaak geweest voor een teruggelopen snoekstand. Door eutrofiëring vermindert dus het aantal soorten in de levensgemeenschap van het viswater, waardoor de (sport)visser een beperktere keus krijgt. De vermindering van het aantal soorten in een levensgemeenschap leidt bovendien tot een verminderde stabiliteit. Een levensgemeenschap zal ten gevolge van eutrofiëring dus niet alleen veranderen, maar bovendien een geringere weerstand krijgen en dus kwetsbaarder worden voor verstorende invloeden bijvoorbeeld... eutrofiëring!
Dit verschijnsel is uit vele onderzoekingen duidelijk gebleken. Voortschrijdende eutrofiëring is dus een kwaal die van kwaad tot erger leidt.